Dyslexie en Europa

Kansrijke dyslectici in Europa: diversiteit in informatieverwerking.
 
 
In  het maart- en het juninummer van Woortblind (2009) is het Europese project DYS‑LEARN uitgebreid aan de orde gekomen. Inmiddels is het afgesloten. Voormalig Woortblind-voorzitter Hans van de Velde en schrijvend lid Elske Schreuder vormden de constante factor in de Nederlandse delegatie.
 
Gesubsidieerde kennisuitwisseling
 
DYS‑LEARN was een uitwisselingsproject tussen 8 Europese landen plus Turkije over de aandacht voor volwassenen met dyslexie.  De Europese Commissie heeft het gesubsidieerd, vanuit de invalshoek Life Long Learning. Het uitgangspunt was – terecht – dat alle burgers de beste kansen moeten krijgen om zich te blijven ontwikkelen. Daarvoor is het nodig dat onderwijs, bijscholing, werkgevers en (para-)medische wereld beseffen dat mensen met een verschillende aanleg ook op een verschillende manier kennis verwerven en verwerken. Dat is van belang voor het welbevinden van de betrokkenen, en voor de economie als geheel. De gemeenschap kan flinke ‘winst’ halen uit vroege herkenning en adequate aanpak van mensen met leer- en ontwikkelingsproblemen. Wie het hele cluster verwante stoornissen (adhd – dyslexie – autistisch spectrum) beziet komt al snel boven de 10% van de bevolking. Meer output van hun vermogens, en minder psychische en sociale problemen: een mooi doel om samen naar te streven. De leden van het Europees Parlement die de conclusies van het project in ontvangst namen, bleken het sociale en economische belang van specifieke aandacht ook goed te begrijpen. Zij erkennen dat die aandacht niet alleen naar kinderen maar ook naar volwassenen moet gaan. Dyslexie verdwijnt immers niet als iemand van school gaat, zoals terecht werd gezegd.
 

Een kwestie van definitie: ‘diverse learners’.

Het project heeft de naam DYS-LEARN gekregen. Dit duidt op de geconstateerde overeenkomsten tussen dyslexie, dyscalculie, dyspraxie, en dergelijke. Allemaal aangeboren stoornissen die het leren lastig maken, en die tot veel narigheid en verspilling kunnen leiden. Dit kan gemakkelijk gebeuren wanneer de persoon zelf en zijn omgeving het probleem niet herkennen of er geen rekening mee houden. In het project gebruikten we ook vaak de term ‘diverse learners’ wat zoiets betekent als ‘mensen die op een andere manier leren’. In Finland  is dit de term voor alle kinderen en volwassenen die op een andere manier met informatie omgaan dan standaard-mensen. Dat kan zijn beelddenken, radend lezen, concentratiestoornis, of ‘alles letterlijk nemen’.
 
Gedurende het internationale project is de definitie van de doelgroep steeds onderwerp van discussie geweest. Eigenlijk kwamen we op het volgende uit. Je kan spreken van ‘dyslexie in enge zin’: ‘last met letters’. Dat is wat je kan meten met de gebruikelijke dyslexietests. Hierbij wordt meestal een percentage van ongeveer 4 aangehouden. Daarnaast kan je spreken over ‘leer- en ontwikkelingstoornissen waarbij moeite met lezen en schrijven voorkomt’ of ‘neurologische patronen, meestal aangeboren, die zich onder andere uiten in traag schrijven, spellen en lezen’. Dan doel je dus op een veel groter deel van de bevolking: zo’n 10 %. Het is nog nieuw maar wel terecht om deze verruimende beweging te maken. Daarbij komt dat de symptomen van dyslexie, dyspraxie, adhd en syndroom van Asperger in veel aspecten op elkaar lijken en mogelijk verwant zijn. En nog belangrijker, de schade van niet (jong)  herkennen is zeer vergelijkbaar: schooluitval, gebrek aan zelfvertrouwen, onderpresteren in het werk, kans op burnout, risico van verslaving of sociale problemen.
 
 
Verschillen ….
 

De verschillen tussen de deelnemende landen hebben we in de eerdere publicaties ook al aan de orde gesteld. In Turkije en in iets mindere mate Italië, wordt dyslexie en dergelijke bij kinderen nog maar nauwelijks herkend. Dat bleek tijdens het project onder andere toen Hans van de Velde in Turkije voor een zaal met honderden leraren van lagere en middelbare scholen zijn levensverhaal vertelde. Hoe hij als kind als ‘dom en lui’ weggezet werd, en met vallen en opstaan een succesvol ondernemer en coach is geworden. Hoe hij pas een jaar of 15 weet dat hij dyslexie heeft, en daar (nota bene!) met medicatie minder last van heeft. En hoe hij zich toch nog steeds af en toe een ‘dom en lui jongetje’ voelt. De impact van dit verhaal leek als een stille bom in te slaan…. 

Anders is de situatie in Scandinavië. Werklozen en herintreders die moeite met lezen en schrijven (met welke oorzaak dan ook) kunnen vaak in lotgenoten-groepen ervaringen uitwisselen, en er wordt zwaar geïnvesteerd in bijscholing. Dit is namelijk een gratis en vast onderdeel van re-integratie-trajecten zoals ons in Oslo tijdens het project werd getoond. In Vlaanderen zit men veel meer op het recht om als gehandicapte te worden beschouwd, vooral omdat de titel ‘gehandicapt’ de financiële deuren opent. Daarom is in het project soms een pittig woordje gediscussieerd over waar je de nadruk op moet leggen: kwaliteiten van de persoon naar voren halen of de handicap benadrukken. In Vlaanderen zijn veel ontwikkelingen gaande over het recht op adequate ondersteuning van werknemers met dyslexie. Dat kan zijn elektronische hulpmiddelen bij lezen of schrijven, of een andere manier om instructies te krijgen.
 

In het kader van DYS-LEARN hebben alle landen hun ‘good practices’ laten zien, en zij wisselen nu ook ervaringen uit: tests voor volwassenen, oefenprogramma’s om de leesvaardigheid te verbeteren, regelgeving etc.

 en.......
 
Overeenkomsten
 
Aan het eind van het project hebben de landen elkaar wel kunnen vinden op de hoofdlijnen. Er is een officiële verklaring overhandigd aan het Europese parlement die door alle 9 landen is ondertekend. Alle betrokkenen erkennen dat je dyslexie en de verwante stoornissen als een ‘handicap’ kunt beschouwen. Dat etiket kan zelfs deuren openen naar erkenning, subsidie, vergoeding van ‘behandeling’, recht op noodzakelijke aanpassingen of voorzieningen.
 
Maar ook dat anderzijds er een groeiend besef is dat ‘anders zijn’ (in informatieverwerking) bepaald niet ‘minder’ is. Integendeel, dat de maatschappij schade lijdt en echt iets mist als mensen van deze signatuur worden buitengesloten. Sjan Verhoeven (auteur ‘Slimmer dan je baas’ 2009) wist in haar lezing in Rotterdam – toen de landen hier op bezoek waren - overtuigend te schetsen hoe zij, als beelddenker, vaak eerder een oplossing voor een probleem ‘ziet’ dan ‘lijndenkers’ oftewel de ‘neuro-typische’ mensen. Het doel van de inzet van werknemers met dyslexie moet dus niet zijn: aanpassing. Veeleer is het zaak om hun zwakke punten te herkennen en te vermijden, en optimaal ruimte te geven aan hun sterke eigenschappen.
 

De participerende landen zijn het er nu over eens : Het is geen ziekte die genezen moet worden. Het gaat om mensen, ongeveer één op de tien, die andere mogelijkheden hebben. Een mooi inzicht, waard om naar de dagelijkse praktijk te vertalen!

Contact informatie

Dyslexievereniging Woortblind
Stationsstraat 79 G
3811 MH Amersfoort
Telefoonnummer
033-4226547
(op werkdagen tot 13.00 uur)