|
Door Ewald Vervaet
Dyslexie wordt sinds 1896 onderzocht. Voor het persoonlijke ongemak dat ermee samenhangt is pas oog sinds 1996. In ons land verschijnt er in 2005 de eerste studie over, van Anna Bosman en Ton Braams.
Faalangst Dyslectische kinderen en jongeren hebben naast dyslexie vaak ook aandachtsproblemen, faalangst, depressieve neigingen, een lage zelfwaardering en gedragsproblemen. De Utrechtse klinisch-psychologen Caroline Poleij en Yvonne Stikkelbroek stellen daarin zogeheten kerncognities centraal. Door tegenvallende lees- en schrijfprestaties krijgt een dyslectisch kind gedachten als ‘ik kan niks’ en ‘anderen wijzen me af’. Daardoor belandt het in een vicieuze cirkel van negatieve gedachten over zichzelf en daardoor nog meer tegenvallende resultaten.
Drie stijlen Er zijn drie manieren om hiermee om te gaan. Als het kind informatie vergaart die zijn lage zelfbeeld bevestigt, heeft het een emotiegerichte omgangsstijl. In de vermijdende stijl gaat het bedreigende situaties uit de weg, bijvoorbeeld met grapjes maken. En in de probleemgerichte stijl ontwikkelt het compenserende strategieën, onder meer door harder te gaan werken.
Trainingsprogramma Poleij’s en Stikkelbroeks trainingsprogramma voor jongeren tussen 12 en 16 jaar, ‘Dyslexie de baas!’ bestaat uit 11 zittingen, 1 terugkomstzitting en twee ouderbijeenkomsten. Aan elke zitting wijden ze een hoofdstuk. De deelnemers krijgen een werkboek voor uitwerkingen, zelfbeoordelingen en zo meer. De jongeren worden erin begeleid hun problemen te herstructureren. Ook leren ze die op te lossen en worden ze getraind in sociale en onderhandelingsvaardigheden. De ouders leren uit de reddersrol te stappen en hun kind te zien als iemand die zelf kan leren omgaan met dyslexie.
Groepstraining Er is voor een groepstraining gekozen, niet alleen om lotgenotencontact te bevorderen maar ook om de leeftijdgenoten – zo belangrijk bij jonge adolescenten – elkaars model, terugkoppelaar en bekrachtiger te laten zijn. De effectiviteit van ‘Dyslexie de baas!’ is onderzocht en ‘zeer bemoedigend’ bevonden. Ook zes maanden na de laatste bijeenkomst is het geloof in eigen kunnen onverminderd op een hoger niveau dan voordien. Het werkboek nodigt naar vorm en inhoud jongeren uit om de handen uit de mouwen te steken, want ze worden als volwaardig en niet als zielig aangesproken.
Goed, er is een vicieuze cirkel. Maar Dyslexie de baas! laat zien dat die cirkel doorbroken kan worden. Ik hoop van harte dat de training haar weg zal vinden op alle scholen van voortgezet onderwijs die hun dyslectische leerlingen serieus nemen.
Dyslexie de baas! en Dyslexie de baas! werkboek voor cursisten; Caroline Poleij en Yvonne Stikkelbroek, Houten, Bohn, Stafleu Van Loghum, 2009.
|
