Medici met dyslexie

Door Ewald Vervaet

 

In 2005 komt de studente geneeskunde Louke Flieringa in contact met Nel Hofmeester van de Hogeschool Rotterdam. Louke heeft vooral problemen met juist/onjuist- en andere meerkeuzevragen. Omdat in haar artsenfamilie veel dyslexie voorkomt, besluiten ze samen een boek te schrijven: Medici met dyslexie.

 

In het eerste deel behandelt het boek ‘studeren en dyslexie’ en ‘geneeskunde en dyslexie’. In Nederland heeft Piet Vriens, studentendecaan aan de Universiteit van Amsterdam, de primeur, in 1991 met de themadag ‘Dyslexie in het hoger onderwijs’ en het boek Dyslexie en toch doctorandus.

‘En toch doctorandus’? Kun je met dyslexie wel een goede arts worden? Nou en of! In 2005 geeft de Amerikaanse onderzoekster Shaywitz drie voorbeelden: de neurochirurg Cushing, de transplantatiedeskundige Hammond en de hartchirurg Cosgrove.

Deel 2 bevat Loukes en Nels onderzoek. Het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde plaatst in april 2006 hun ‘Oproep medici met dyslexie’. Mede door de overname door anderen krijgen ze 50 reacties. Er doen 28 respondenten mee aan het onderzoek, onder wie 5 huisartsen, 4 anesthesiologen en 4 verpleeghuisartsen.

 

Enkele resultaten. Bij 8 artsen verliep de studie zonder problemen, 15 moesten vaak hertentamens doen en 5 vonden hun studie ‘uiterst moeizaam’ of ‘problematisch’. Een groot struikelblok is tijdgebrek vanwege het langzame lezen maar ook bij examens. Een ander probleem is de manier van getoetst worden. 10 respondenten hadden veel moeite met meerkeuzevragen, terwijl 4 deze juist prettig vonden. Ook open vragen leveren hobbels vanwege spel- en schrijfproblemen.

 

Iedereen heeft zijn dyslexie én zijn manier van omgang ermee. De een zoekt een baan met weinig schrijfwerk, de ander schrijft veel en gebruikt een spellingcorrector of dicteert zijn brieven. Een derde laat lastige passages voorlezen en een vierde leest vooral overzichten en samenvattingen. En velen geven aan dat ze als dyslecticus ook sterke kanten van zichzelf hebben ontdekt, zoals sociale vaardigheden, doorzetten en ‘strak plannen van mijn werk’.

 

Deel 3 bevat aanbevelingen. De belangrijkste tip voor studenten is: wees open over je dyslexie want alleen zo kun je hulp krijgen, met name bij tentamens en examens. Verder adviseert het boek samenwerking met medestudenten: uittreksels uitwisselen, mondelinge verduidelijkingen vragen. Docenten wordt aangeraden om samenvattingen te maken en de stof duidelijk te structureren maar vooral om begrip te hebben voor de problemen van dyslectische studenten. En aan universiteiten wordt geadviseerd om een convenant te maken met het expertisecentrum ‘Handicap en studie’.

 

Louke en Nel hebben een prachtige studie gedaan met feiten uit het volle leven. Hiermee kunnen alle beroeps- en wetenschappelijke opleidingen hun voordeel doen.

 

Louke Flieringa en Nel Hofmeester, Medici met dyslexie, Apeldoorn, Garant, 2007.

 

 

 

Contact informatie

Dyslexievereniging Woortblind
Stationsstraat 79 G
3811 MH Amersfoort
Telefoonnummer
033-4226547
(op werkdagen tot 13.00 uur)